Tips voor pedagogisch medewerkers

  • Stimuleer zelfstandigheid bij kinderen. Laat kinderen wat ze zelf kunnen, ook voortaan zelf doen. Zo oefenen ze het geleerde en wordt de vaardigheid steeds meer verfijnd. Ze doen het wellicht wat langzamer dan wanneer ze worden geholpen, maar dat maakt niet uit. Iets leren kost tijd. En het hoeft ook niet altijd in één keer goed te gaan. Juist door 'fouten' leer je. Dat geldt ook voor volwassenen.
  • Vermijd als het kan woorden als 'nee', 'niet' en 'fout'. Gebruik zoveel mogelijk in positieve woorden en zinnen. Dit bevordert het zelfbeeld van kinderen, de sfeer in de groep en het contact tussen jou en het kind. Maak negatieve zinnen positief. Verwoord wat je wél van het kind verwacht.
    - 'Jongens, niet op de bank staan.'
    + 'We zítten op de bank.'
    - 'Wil je niet zo schreeuwen Maud?'
    '+ 'Maud, wil je wat zachter praten?'

  • Ervaar je je groep de laatste tijd als drukker dan normaal? Hebben de kinderen regelmatig conflicten? Spelen ze korter met speelmaterialen dan eerst? Kijk dan eens naar de materialen in je groep. Zijn deze voldoende uitdagend voor de kinderen? Is er voldoende variatie? Zijn er materialen waar kinderen volop mee kunnen ontdekken en experimenteren? Wordt er voldoende materiaal aangeboden dat kinderen zelf kunnen pakken als ze er zin in hebben? Zien de materialen er aantrekkelijk uit? Kunnen kinderen iets leren van spelen met de materialen? Nodigen de materialen uit tot herhaling en/of concentratie? Zijn er zintuiglijke werkjes voor het zien, horen, voelen, ruiken en/of proeven? Zijn er verschillende hoeken zodat kinderen een beetje verspreid kunnen spelen?
    Als een groepsruimte uitnodigend en boeiend is voor kinderen, dan kunnen ze hun eigen interesse volgen en verandert er iets in groepssfeer.
  • Materialen voor baby's en dreumesen:
    - Lege bakjes van kunststof, roestvrijstaal, hout en bamboe. Deze bakjes voelen anders qua structuur, gewicht en temperatuur. Ze zien er anders uit en als het kind ze in de mond doet, proeven ze ook anders. Tevens zal ieder bakje anders klinken als ze ermee op de grond tikken of tegen elkaar slaan.
    Met bakjes kun je veel ontdekken: je kunt een holle en bolle kant voelen, je kunt er iets in doen, je kunt ermee schuiven over de grond, je kunt een bakje op je hoofd zetten, je kunt bakjes stapelen, ze op de kop zetten en misschien nog veel meer.
    - Manden, een wasmand, mandjes, dozen. Je kunt er van alles mee ervaren en ontdekken.
    - Onderleggers van verschillende materialen: van rubber, stof, kurk, hout etc.
    - Een houten kruipplateau of rieten poef waar oudere baby's en dreumesen overheen kunnen kruipen

    Voorbeelden van uitdagende werkjes voor peuters:
    - Een schepwerkje: twee schaaltjes op een klein dienblad met een lepel erbij. In één schaaltje zitten bruine bonen (of rijst of macaroni). De kinderen scheppen de bonen van het ene bakje in het andere.
    - Een sorteerwerkje: Je hebt een bakje 5 tot 10 rode, blauwe en gele voorwerpen. Je hebt 3 lege bakjes (eventueel in de kleuren rood, blauw en geel). De peuters sorteren de voorwerpen naar kleur.
    - Een parenwerkje en tevens reukwerkje: Verzamel 5 tot 10 lege parfumflesjes. De peuters kunnen aan de flesjes ruiken of de doppen en de flesjes die bij elkaar horen bij elkaar zoeken.
    - Huishoudelijke attributen: een kinderbezem, een stofdoek, stoffer en blik, een emmer met spons en zeek om een raam te wassen etc.